Niks meenemen, of toch wel? Niks meenemen, of toch wel?
Neem geen beurs, geen reiszak en geen sandalen mee, en groet niemand onderweg.
(Lukas 10: 4)

Bovenstaande tekst staat in een bepaald verband. We hebben te maken met een deel van de uitzendinstructies die Jezus de zijnen meegeeft als ze voor Hem uit door het land trekken. Als ik mijn kinderen bij de deur uitzwaai, dan gaat het nogal eens in de trant van: “Heb je je portemon­ nee, en je papieren, en ook een jas, voor het geval je met pech langs de kant van de weg komt te staan?” Bij Jezus is het andersom. Hij vraagt ze eerder om van alles wat ze zelf wel wilden meenemen thuis te laten, en dus dat paar extra sandalen en die reiszak, en die cash voor nood, weer bij Hem in te leveren.

Wat zou er achter dat minimalistische bij Jezus zitten? Ik denk dat het allereerst van Hem en zijn eigen houding is afgeleid. Want nergens lees je over Jezus dat Hij voorbereidingen aan het treffen is, een lunchpakket klaarmaakt of aan het inpakken is. Hij neemt niks mee, maar leeft van de zorg en gastvrijheid van andere mensen. Die houding zorgt er voor dat Hij op veel plekken binnenkomt, aan tafels bij mensen komt te zitten, en op bedden in hun huizen slaapt. En die ontbijt-, en lunch- en dinertafels zijn natuurlijk ideale momenten om met mensen in gesprek te komen en het evangelie te delen!

Ook in het bovenstaande moesten volgelingen van Jezus hun Meester volgen: leven van de gastvrijheid van anderen, eten wat hen werd voorgezet. En zich ten diepste laten verzorgen door de hemelse Vader die deze mensen op hun weg bracht. Overigens was niet alles zo relaxed als we bij oppervlakkige lezing zouden kunnen denken. Helemaal vrij van tijdsdruk was deze missie namelijk niet. Hun eigen Meester had haast om in Jeruzalem te komen. En zij die Hem vooruitgingen daarom ook. Vandaar Jezus’ verbod om anderen onderweg te groeten. In de Oosterse wereld van toen was dat namelijk iets compleet anders dan de snelle groet die motorrijders vandaag de dag onderweg uitwisselen.

Ik zoek overigens nog wel naar de vertaling van Jezus’ instructie naar ons hier en nu. Moeten we focussen op de beurs, de reiszak en de sandalen, of mogen we ook wat ruimer kijken naar dat wat we meenemen als we bij anderen op bezoek gaan. De volgelingen van Jezus kwamen ‘leeg’ bij anderen. Bij ons is vaak het tegengestelde aan de orde: onze agenda zit vol en daardoor vaak ook onze hoofden en harten. We zitten dan wel aan tafel bij anderen, maar nogal eens alleen fysiek, zonder dat onze hoofden en harten echt voor de ander beschikbaar zijn.

Behalve dat onze agenda vaak vol zit, hebben we meer dan eens ook een agenda als we met anderen in gesprek gaan. Het moet ergens over gaan, het moet nuttig zijn, het moet iets opleveren. Er moet zoveel! En dat er zoveel moet gaat nogal eens ten koste van echt contact van hart tot hart. Dat het ook anders kan mocht ik zelf een poosje geleden ervaren. De setting was informeel (= de huiskamertafel) en de agenda was kort: er moest niet zoveel. Wat het opleverde was een heel fijn en open gesprek, dat bij de deelnemers zorgde voor een stuk blijdschap. Zouden we het, zeker ook in de kerk, niet eens vaker op die manier moeten proberen?

Over blijdschap gesproken: die was er bij de teruggekeerde volgelingen van Jezus volop (Lukas 10: 20), om meerdere redenen. Verwonderd waren ze over zoveel goeds, teweeggebracht door de Naam van Jezus. Ja, en natuurlijk moesten ze onderweg één ding voortdurend wél meenemen, en uitspreken als ze ergens binnenkwamen: de vrede van God in Christus, dat die er was, beschikbaar voor allen op hun weg (Lukas 10: 5). En dat is nog steeds zo!
 
Ds. B.F. (Bas) Bakelaar
maart/april 2025
terug